Belgische carrièreduur stijgt het sterkst van Europa, maar achterstand blijft groot
Augustus 2026 - Volgens recente cijfers van Eurostat stijgt de verwachte carrièreduur in ons land sneller dan in eender welke andere lidstaat van de Europese Unie. Belgen blijven langer aan het werk – gemiddeld 35,7 jaar – maar ons land blijft nog altijd achter op heel wat West-Europese landen.
Waarom België zo’n inhaalbeweging maakt
Dat België de sterkste stijging van Europa laat zien, is geen toeval. Sinds 1 februari 2025 bedraagt de wettelijke pensioenleeftijd 66 jaar. Vanaf 2030 stijgt die verder naar 67 jaar. Daarnaast werden de voorwaarden voor vervroegd pensioen de voorbije jaren geleidelijk verstrengd. Werknemers moeten langer actief blijven om aan de loopbaanvoorwaarden te voldoen.
Ook de werkzaamheidsgraad van oudere werknemers neemt toe. België kampte jarenlang met een relatief vroege uitstroom uit de arbeidsmarkt via brugpensioen, vervroegd pensioen of andere uitstapregelingen, maar vandaag blijven steeds meer vijftig- en zestigplussers aan het werk.
Die combinatie vertaalt zich rechtstreeks in een langere verwachte loopbaan.
Van een lage basis naar een sterke groei
België is weliswaar de snelste stijger van Europa, maar vertrekt van een relatief lage basis. Met een verwachte carrièreduur van 35,7 jaar blijft ons land nog steeds bijna twee jaar onder het Europese gemiddelde en bengelt het in het onderste kwart van de EU-rangschikking. We vertrekken dus van een lager uitgangspunt dan landen zoals Nederland, Duitsland, Zweden of Denemarken. In die landen ligt de werkzaamheidsgraad van oudere werknemers al veel langer aanzienlijk hoger. Ze beschikken bovendien over arbeidsmarkten waarin deeltijds werk, permanente vorming en flexibele loopbaantrajecten beter ingeburgerd zijn.
Wat betekent dit voor werkgevers?
Voor ondernemingen verandert de samenstelling van het personeelsbestand ingrijpend. Bedrijven houden steeds vaker ervaren medewerkers langer in dienst. Dat biedt kansen, maar brengt ook nieuwe uitdagingen met zich mee.
Werkgevers zullen sterker moeten inzetten op:
levenslang leren en permanente opleiding
ergonomische werkplekken en preventie
flexibele arbeidsregelingen
kennisoverdracht tussen ervaren en jonge medewerkers
aangepast talentmanagement voor verschillende generaties.
Bedrijven die erin slagen oudere werknemers gemotiveerd en inzetbaar te houden, bouwen niet alleen waardevolle expertise op, maar versterken ook hun positie op een steeds krapper wordende arbeidsmarkt.
