Te warm op het werk? Hier hebben je werknemers recht op
Juli 2026 - De zomerse temperaturen lopen hoog op. Voor wie op kantoor werkt, is een ventilator of airco vaak voldoende om de werkdag door te komen. Maar voor werknemers die buiten werken of zware fysieke arbeid verrichten, kan extreme hitte een ernstig gezondheidsrisico vormen. Daarom legt de Belgische wet werkgevers een aantal duidelijke verplichtingen op zodra het te warm wordt op de werkvloer.
Niet de gewone temperatuur, maar de WBGT-index telt
Veel mensen denken dat er een vaste buitentemperatuur bestaat waarbij werkgevers maatregelen moeten nemen. Dat is niet zo. De wet werkt met de zogenaamde WBGT-index (Wet Bulb Globe Temperature). Die houdt niet alleen rekening met de luchttemperatuur, maar ook met de luchtvochtigheid, de zonnestraling en de luchtcirculatie. Daardoor geeft de WBGT-index een veel realistischer beeld van de warmtebelasting waaraan werknemers worden blootgesteld.
De actiewaarden verschillen naargelang de fysieke belasting van het werk:
Fysieke belasting
Zeer lichte of lichte arbeid: 29 °C
Halfzware arbeid: 26 °C
Zware arbeid: 22 °C
Zeer zware arbeid: 18 °C
Secretariaatswerk valt bijvoorbeeld onder lichte arbeid, terwijl grondwerken of andere zware buitenactiviteiten veel sneller de wettelijke grens bereiken.
Welke maatregelen moet een werkgever nemen?
Worden de wettelijke drempels overschreden, dan is de werkgever verplicht maatregelen te nemen om de gezondheid van de werknemers te beschermen.
Zo moet hij onder meer:
werknemers beschermen tegen rechtstreekse zonnestraling, bijvoorbeeld met zonneschermen, luifels of een hoofddeksel
gratis verfrissende en aangepaste dranken ter beschikking stellen
de werkpost en de arbeidsorganisatie aanpassen waar dat mogelijk is
indien nodig binnen de 48 uur zorgen voor bijkomende ventilatie of verkoeling in de werklokalen
rustpauzes voorzien wanneer de warmtebelasting te hoog blijft.
Hoe vaak en hoe lang die rustpauzes moeten duren, hangt af van de risicoanalyse, de aard van het werk en de duur van de blootstelling.
Risicoanalyse is verplicht
Werkgevers mogen niet wachten tot werknemers klagen over de hitte. De Codex over het welzijn op het werk verplicht hen vooraf een risicoanalyse uit te voeren voor werkzaamheden waarbij werknemers aan hoge temperaturen kunnen worden blootgesteld. Op basis daarvan moeten preventiemaatregelen worden uitgewerkt en indien nodig aangepast zodra de weersomstandigheden veranderen.
Ook de preventieadviseur en de arbeidsarts spelen hierbij een belangrijke rol. Zij kunnen adviseren welke maatregelen nodig zijn en werknemers informeren over de gezondheidsrisico’s.
Wat als het te warm blijft?
Blijven de omstandigheden ondanks alle maatregelen problematisch, dan kan de werkgever beslissen om het werk tijdelijk stil te leggen. In bepaalde sectoren kan daarvoor een regeling van tijdelijke werkloosheid worden toegepast. Werknemers ontvangen dan een werkloosheidsuitkering, die in sommige sectoren wordt aangevuld via een fonds voor bestaanszekerheid.
Ook ozon verdient aandacht
Extreme hitte gaat vaak samen met verhoogde ozonconcentraties. Vooral werknemers die buiten werken, kunnen hierdoor last krijgen van kortademigheid, oog- en keelirritatie of hoofdpijn.
Hoewel er geen afzonderlijke wettelijke ozonregeling bestaat, moeten werkgevers ook dit risico opnemen in hun welzijnsbeleid.
Mogelijke maatregelen zijn:
zware fysieke arbeid zoveel mogelijk in de ochtend plannen
overwerk vermijden tijdens ozonpieken
vaker in de schaduw of binnen werken
extra rustpauzes binnenshuis voorzien
bijkomende blootstelling aan irriterende stoffen beperken.
Werknemers hoeven de hitte niet zomaar te ondergaan
Minister van Werk David Clarinval benadrukt dat de regels rond werken bij extreme hitte geen vrijblijvende aanbevelingen zijn, maar wettelijke verplichtingen. Zodra de wettelijke drempels worden overschreden, moeten werkgevers passende beschermingsmaatregelen nemen. Wie merkt dat de hitte op de werkvloer een risico vormt en dat er geen actie wordt ondernomen, kan dit bespreken met de werkgever, de preventieadviseur of de arbeidsarts. De naleving van de regels kan bovendien worden gecontroleerd door het Toezicht op het Welzijn op het Werk.
