Vijf mobiliteitstrends in woon-werkverkeer in België
April 2026 - Het fietsgebruik stijgt, telewerk blijft en steden lopen voorop. Dat zijn enkele opvallende inzichten uit de nieuwste federale enquête woon-werkverkeer 2024-2025. Al twintig jaar brengt de FOD Mobiliteit systematisch in kaart hoe werknemers zich van en naar het werk verplaatsen.
Hoe stem je als kmo-ondernemer het mobiliteitsbeleid in jouw bedrijf af op de realiteit van vandaag? Welke vijf trends zijn de voorbije twintig jaar typerend voor de evolutie van het woon-werkverkeer in België?
1. De fiets wint snel terrein
De meest opvallende verschuiving is de sterke groei van het fietsgebruik. In twintig jaar tijd is het aandeel van de fiets in het woon-werkverkeer meer dan verdubbeld.
2005: 7,8% van de werknemers fietst naar het werk
2024: 16,5% gebruikt de fiets
Die groei gaat vooral ten koste van de auto. Het aandeel van het gemotoriseerde privévervoer daalde in dezelfde periode van 66,8% naar 61,4%. Het openbaar vervoer blijft dan weer opvallend stabiel.
Voor kmo’s betekent dit dat investeringen in fietsvriendelijke infrastructuur steeds relevanter worden. Denk bijvoorbeeld aan veilige fietsenstallingen, douches of kleedruimtes. Zulke maatregelen maken het voor jouw werknemers makkelijker om effectief voor de fiets te kiezen.
2. Steden lopen voorop in duurzame mobiliteit
De locatie van een onderneming speelt een grote rol in de manier waarop werknemers zich verplaatsen. In steden zijn duurzame vervoersmodi duidelijk sterker vertegenwoordigd dan in niet-stedelijke gebieden.
Zo gebruikt 27% van de werknemers in stedelijke gebieden het openbaar vervoer om naar het werk te gaan. Dat heeft vooral te maken met de betere bereikbaarheid en frequentie van het openbaar vervoer.
Ook het fietsgebruik evolueert anders in stedelijke context. In Vlaanderen bijvoorbeeld:
Steden: 27% fietst naar het werk
Buiten steden: 22%
Twintig jaar geleden was dat verschil er nauwelijks. Voor ondernemingen betekent dit dat mobiliteitsbeleid sterk afhankelijk is van de vestigingsplaats.
3. Afstand en bereikbaarheid bepalen de keuze
Twee factoren bepalen in sterke mate hoe werknemers naar het werk komen: afstand en toegankelijkheid van openbaar vervoer.
In regio’s waar het openbaar vervoer minder goed bereikbaar is, wordt het nauwelijks gebruikt. Tegelijk blijft de auto dominant in bijna alle afstandscategorieën.
Enkele opvallende patronen:
Bij 15 tot 30 km woon-werkafstand wordt de auto het vaakst gebruikt (tot 75%).
Bij afstanden onder 15 km winnen fietsen en andere actieve modi sterk aan belang.
Bij meer dan 30 km stijgt het aandeel van de trein tot ongeveer 34%.
In jouw kmo kan een analyse van de woon-werkafstanden van medewerkers helpen om gerichte mobiliteitsmaatregelen te nemen.
4. Werkgevers investeren steeds meer in mobiliteit
Werkgevers spelen een steeds actievere rol in het mobiliteitsbeleid van hun medewerkers. De afgelopen twintig jaar is het aantal initiatieven sterk toegenomen.
Veelvoorkomende maatregelen zijn onder meer:
fietsvergoedingen
fietsenstallingen
douches en kleedruimtes
bedrijfswagens
ondersteuning van telewerk
Wellicht is ook in jouw kmo mobiliteit steeds vaker een HR-instrument. Een aantrekkelijk mobiliteitspakket helpt je immers om talent aan te trekken en werknemers tevreden te houden.
5. Telewerk verandert mobiliteit, maar lost het niet op
De grootste structurele verandering van de voorbije jaren is de doorbraak van telewerk. In 2024 bood 63% van de vestigingen de mogelijkheid tot telewerk aan.
Ook werknemers maken er effectief gebruik van: 37% werkt minstens gedeeltelijk van thuis. Daardoor wordt ongeveer 13% van de woon-werkverplaatsingen vermeden.
Toch blijft de impact op het totale autoverkeer relatief beperkt. Door de groei van het aantal werknemers is het aantal wagens in het woon-werkverkeer over twintig jaar slechts ongeveer 4,5% gedaald.
